Ophef over inkomensafhankelijke huurverhoging

Vanaf 2013 kunnen verhuurders inkomensafhankelijke huurverhogingen doorvoeren. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de huurverhoging, tot een maximum van inflatie plus 4%. De benodigde inkomensindicaties van huurders verkregen verhuurders van de Belastingdienst. Dit alles om scheefwonen tegen te gaan.

De Raad van State (RvS) heeft hier in een uitspraak van 3 februari jl. een streep doorheen gezet. Als de Belastingdienst gegevens prijs geeft, dan moet daarvoor een wettelijke basis bestaan. En die wettelijke basis ontbreekt hier, aldus de RvS. De Belastingdienst had de inkomensindicaties dus helemaal niet mogen verstrekken. Deze uitkomst houdt de gemoederen bezig.

Terugvorderen
Allereerst is nu de vraag of de huurverhogingen die zijn gebaseerd op de onrechtmatig verkregen gegevens, door huurders kunnen worden teruggevorderd. De Woonbond wordt overstelpt met vragen over de  terugvordering van de huurverhogingen, maar is nog bezig met een juridisch onderzoek naar de haalbaarheid van een dergelijke vordering. Huurders melden zich ook bij woningcorporaties met het verzoek om de huurverhogingen terug te betalen. Woningcorporaties geven aan dat als zij moeten terugbetalen aan de huurders, zij op hun beurt de verhuurdersheffing van de minister gaan terugvorderen.

Wij verwachten niet dat het zover komt. De huurverhogingen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd zijn rechtsgeldig. De huurverhogingen zelf zijn namelijk gebaseerd op een wettelijke grondslag. De verhuurders hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wet hen biedt. De huurverhogingen liggen geheel in lijn met het doel en de strekking van de wet. Dat de Belastingdienst, in de fase van uitvoering van de wet, gegevens heeft verstrekt zonder dat daar een wettelijke basis voor bestaat, doet daaraan niet af. De gevolgen van die leemte in de wet, behoren niet voor rekening van de verhuurders te komen.

Huurverhoging per 1 juli 2016
Ten tweede is de vraag of verhuurders de inkomensafhankelijke huurverhogingen per 1 juli 2016 kunnen doorvoeren alsof er niets aan de hand is. De Belastingdienst maakt op haar site bekend dat zij geen inkomensindicaties  zal verstrekken zolang een wettelijke grondslag ontbreekt.

Als het aan de minister ligt is die wettelijke grondslag er tijdig.  De hiervoor bedoelde leemte in de wet wordt namelijk opgevuld in het Wetsvoorstel Doorstroming Huurmarkt. In dat wetsvoorstel is een wettelijke basis voor de Belastingdienst gecreëerd om inkomensindicaties te mogen verstrekken.

Het wetsvoorstel is op 9 februari 2016 (na enkele wijzigingen en aanvullingen) door de Tweede Kamer aangenomen en ligt nu ter goedkeuring voor aan de Eerste Kamer. Aedes heeft de Eerste Kamer al opgeroepen om het wetsvoorstel zo snel mogelijk te behandelen, zodat verhuurders de huurverhogingen per 1 juli 2016 tijdig kunnen aanzeggen. De Woonbond daarentegen is van mening dat men pas op de plaats moeten maken en dat er geen huurverhogingen moeten worden doorgevoerd per 1 juli 2016.  Het is nu wachten op de Eerste Kamer.

Als de behandeling van genoemd wetsvoorstel niet tijdig wordt afgerond, kan het wetsvoorstel Gegevensverstrekking Belastingdienst, dat eveneens ter goedkeuring is voorgelegd, nog uitkomst bieden.

Eén van beide wetsvoorstellen zal een basis moeten bieden voor doorvoering van de inkomensafhankelijke huurverhoging per 1 juli 2016.