Actueel

Ubink Rijs is een hoogwaardig gespecialiseerd advocatenkantoor op het gebied van vastgoed & overheid. Op deze pagina houden wij u op de hoogte van actuele ontwikkelingen op ons vakgebied. Stelt u het op prijs om proactief, rechtstreeks voorzien te worden van kennis die relevant is voor uw specifieke situatie? Neemt u dan contact met ons op. Wij voorzien graag in uw informatiebehoefte.

mr. Thomas Rijs op Twitter! @RijsAdvocaat13 februari 2015

  • Vanaf nu is mr. Rijs ook op Twitter, onder @Rijsadvocaat

    Volg ons voor regelmatige updates van ons kantoor en tweets over actuele juridische ontwikkelingen!


Geluidverkaveling in bestemmingsplan toegelaten10 februari 2015

  • In twee uitspraken van 4 februari 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich uitgelaten over de aanvaardbaarheid van een geluidverkaveling in een bestemmingsplan voor een gezoneerd industrieterrein. Het gaat om de uitspraak inzake het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Oostereind’ van de gemeente Papendrecht (ECLI:NL:RVS:2015:237) en inzake het bestemmingsplan ‘De Liede’ van de gemeente Haarlemmermeer (ECLI:NL:RVS:2015:234).

    In deze bestemmingsplannen was voorzien in een regeling voor de verdeling van geluidruimte op het gezoneerde industrieterrein, inhoudende dat aan kavels op het industrieterrein een bepaalde geluidruimte is toegekend. Daarmee wordt een doelmatig ruimtebeheer beoogd met het oog op beschikbare geluidruimte op het industrieterrein. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt in deze uitspraken dat het vastleggen van geluidverkaveling ruimtelijk relevant is en daarmee in een bestemmingsplan mogelijk is. Daarbij verwijst de Afdeling ook naar de wetsgeschiedenis van de Wro waaruit volgt dat de redactie van artikel 3.1 Wro het mogelijk maakt om een relatie te leggen tussen de ruimtelijke ordening en het beleidsterrein van milieu.

    Bij de geluidverkaveling dient de bestaande geluidruimte van bedrijven in beginsel wel te worden gerespecteerd, net als de bestaande normen van de geluidszone. Daarbij moet de geluidruimte per kavel wel deugdelijk in/bij het bestemmingsplan zijn vastgelegd door opname in (of koppeling aan) de juridische bindende bestemmingsplanregels en moet ook worden vastgelegd welk rekenmodel dient te worden gebruikt (en eventueel welke versie). Een bedrijf moet immers wel zelf (of met behulp van een eigen deskundige) kunnen vaststellen welke geluidruimte voor zijn bedrijf op grond van het bestemmingsplan geldt.

    Reden voor het opnemen van deze regelingen voor geluidverkaveling in het bestemmingsplan is het gegeven dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 november 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BU3124) heeft geoordeeld dat bij (milieu)vergunningverlening niet aan een vastgesteld zonebeheersplan als bedoeld in artikel 164 Wgh mag worden getoetst. Om die reden ontbrak een goede mogelijkheid om via de (milieu)vergunningen voor bedrijven op het gezoneerde industrieterrein de geluidruimte doelmatig te verdelen.

mr. Thomas Rijs in De Stentor20 januari 2015

Arbitragebeding op zwarte lijst1 januari 2015

  • nieuw arbitrarecht

    Per 1 januari 2015 is de wetswijziging tot modernisering van het arbitragerecht in werking getreden. Als onderdeel daarvan is het arbitragebeding op de zwarte lijst geplaatst. Dat wil zeggen dat een beding in algemene voorwaarden, waarbij geschilbeslechting middels arbitrage wordt voorgeschreven, door consumenten kan worden vernietigd. Een dergelijke arbitragebeding in algemene voorwaarden wordt geacht onredelijk bezwarend te zijn jegens consumenten. De rechter moet dit ambtshalve toetsen. Ook als een consument geen beroep doet op de vernietigbaarheid van een arbitraal beding, bijvoorbeeld omdat de consument niet verschijnt in de procedure, moet ambtshalve tot vernietiging van dit beding worden overgegaan.Voor de praktijk betekent dit dat niet langer via een beding in algemene voorwaarden met de consument overeengekomen kan worden dat geschillen middels arbitrage worden beslecht.

    arbitrage blijft mogelijk

    Als toch de voorkeur wordt gegeven aan arbitrage boven een gang naar de burgerlijke rechter, kan dit op een aantal manieren nog altijd worden gerealiseerd. Allereerst kunnen partijen dit uitdrukkelijk overeenkomen in de overeenkomst zelf en dus niet middels een standaardbepaling in algemene voorwaarden. Let wel, ook een voorgedrukte arbitrageclausule in een standaardovereenkomst die vaker wordt gebruikt, wordt als een algemene voorwaarde aangemerkt. Aan de vernietigbaarheid van een arbitraal beding in algemene voorwaarden kan dus niet middels een standaard in een modelcontract opgenomen bepaling worden ontkomen. Ook kan nadat een geschil is ontstaan tussen partijen worden overeengekomen dat geschilbeslechting middels arbitrage zal plaatsvinden. Dit vereist uiteraard dat beide partijen de voorkeur geven aan een dergelijke wijze van geschilbeslechting. De praktijk leert echter dat als eenmaal een geschilsituatie is ontstaan moeilijk nog overeenstemming kan worden bereikt over een afwijkende wijze van geschilbeslechting. Tot slot kan aan de vernietigbaarheid van een arbitraal beding in algemene voorwaarden worden ontkomen door aan te kondigen dat de wens bestaat een arbitrale procedure te starten, en vervolgens de consument ten minste een maand de gelegenheid te geven te kiezen voor geschilbeslechting door de gewone rechter.

    raad van arbitrage

    De Raad van arbitrage heeft vanwege het gewijzigde arbitragerecht per 1 januari 2015 zijn arbitragereglement aangepast. Ook op dit onderdeel is het arbitragereglement aangepast. Er is in voorzien dat in geschillen waarbij een consument de wederpartij is, aan deze wederpartij een termijn van een maand wordt gegund om alsnog te kiezen voor de gewone rechter, voor zover voorafgaand aan het aanhangig maken van een geschil deze keuze nog niet aan de consument is voorgelegd. De Raad kan ook ambtshalve hiertoe overgaan in het kader van de noodzaak om ambtshalve te toetsen of het arbitragebeding vernietigbaar is. Op deze manier kan alsnog aan deze conclusie worden ontkomen.

    richtlijn oneerlijke bedingen

    Met de plaatsing van het arbitragebeding op de zwarte lijst komt een einde aan de discussie die was ontstaan met de inwerkingtreding van de Europese richtlijn oneerlijke bedingen. Daaraan was een indicatieve lijst toegevoegd met bedingen die jegens consumenten onredelijk bezwarend zouden kunnen zijn. Op deze lijst werd het arbitragebeding vermeld. Het betrof echter een indicatieve lijst, die niet noodzakelijker wijs noopte tot de conclusie dat arbitragebedingen jegens consumenten zonder meer vernietigbaar zouden moeten zijn. In de jurisprudentie werd hierover wisselend geoordeeld. Met deze wetswijziging is deze discussie beslecht.

    Bron: Staatsblad 2014, nr. 254

Succesvol kort geding levering onroerend goed16 juli 2014

  • Rijs Advocatenkantoor heeft succesvol in kort geding gevorderd dat een koper van enige opstallen aan de levering van die opstallen moet meewerken.

    Het betrof in deze kwestie een koopovereenkomst waarbij in het kader van rood-voor-rood beleid door een cliënt van Rijs Advocatenkantoor enkele agrarische opstallen aan een ondernemer werden verkocht, die deze wilde slopen om daarmee een bedrijfsuitbreiding te kunnen realiseren middels een gemeentelijke regeling voor rood-voor-rood.

    In de overeenkomst was afgesproken dat levering plaats zou vinden na verlening van een ‘bouwrecht’ door de gemeente. Partijen hadden verder onder meer afgesproken dat koper een bestemmingsplanwijziging voor de toepassing van rood-voor-rood zou aanvragen. De koper verzuimde echter de benodigde bestemmingsplanprocedure op te starten en weigerde vervolgens wegens het ontbreken van deze bestemmingsplanwijziging de opstallen af te nemen. Koper meende pas gehouden te zijn om af te nemen nadat hij over een onherroepelijk bestemmingsplan beschikte, omdat hij dan pas over een ‘bouwrecht’ zou beschikken. In kort geding heeft mr. Rijs van Rijs Advocatenkantoor gevorderd dat koper wordt veroordeeld om mee te werken aan levering van de opstallen bij de notaris, onder betaling van de koopprijs. Met het ‘bouwrecht’ in de overeenkomst werd immers geen bestemmingsplanwijziging, maar een door de gemeente verleende ‘principe-uitspraak’ bedoeld.  Deze principe-uitspraak was in 2012 door de gemeente Brummen verleend, zodat koper over het ‘bouwrecht’ beschikte. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland was het met de uitleg van mr. Rijs eens en heeft op 15 juli 2014 conform de eis koper verplicht om aan de levering van de opstallen mee te werken.

    Het vonnis is door de rechtbank gepubliceerd op www.rechtspraak.nl: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:4343

    Een artikel in het regionale dagblad De Stentor over deze zaak is te vinden via de volgende link: http://www.destentor.nl/regio/brummen/deloebas-moet-afspraak-nakomen-1.4451233

    Heeft u ook een geschil over de uitvoering van een overeenkomst met betrekking tot onroerend goed? Neem dan vrijblijvend contact met ons op via telefoonnummer 0575 – 775957  of e-mail om te kijken wat wij voor u kunnen betekenen.

Wetsvoorstel Omgevingswet ingediend bij Tweede Kamer17 juni 2014

  • Vandaag is het dan zover; het wetsvoorstel voor de nieuwe Omgevingswet is bij de Tweede Kamer ingediend.

    In de Omgevingswet staat de zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving centraal, gecombineerd met ruimte voor ontwikkeling. Het voorstel moet de versnipperde regelgeving in de ruimtelijke ordening en leefomgeving vereenvoudigen en verbeteren. Het wetsvoorstel beoogt een fundament te bieden voor bundeling van het omgevingsrecht in één wet, zoals de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat heeft gedaan voor het algemene bestuursrecht.

    De voorgestelde Omgevingswet integreert de onderdelen van de huidige wetten die zich afspelen binnen een gebied of op een vaste plaats in één wet met één samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures. Het wetsvoorstel zou daarmee direct tot betere mogelijkheden voor integraal beleid, tot een betere bruikbaarheid en substantiële vereenvoudiging van het omgevingsrecht moeten leiden.

    Het wetsvoorstel met MvT e.d. is te raadplegen via: http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail.jsp?id=2014Z11191&did=2014D22453

Brandweerpost Diever10 december 2013

Burgemeester Losser heeft terecht vergunning seksinrichting geweigerd22 februari 2013

  • De burgemeester van Losser heeft terecht op grond van de Wet Bibob de vergunning voor een seksinrichting in Glane geweigerd, zo heeft de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) bepaald. Zie het artikel van gisteren in de Tubantia: http://www.tubantia.nl/regio/losser/terecht-geen-vergunning-eldorado-1.3679155 

    Rijs Advocatenkantoor heeft de burgemeester in de verschillende procedures rond de weigering van de vergunning en de sluiting succesvol bijgestaan. Voor de gehele uitspraak van de Raad van State zie hier

Arrest HR: NEN-normen hoeven niet te worden bekendgemaakt22 juni 2012

  • Vandaag heeft de Hoge Raad arrest gewezen over de verbindendheid van de NEN-normen waarnaar in Bouwbesluit wordt verwezen.

    Deze NEN-normen kunnen enkel tegen betaling worden verkregen, terwijl deze indirect verbindende normen voor burgers bevatten. Volgens velen dienden de NEN-normen vanwege de verwijzing in het Bouwbesluit als algemeen verbindende voorschriften te worden beschouwd, zodat deze op grond van de Bekendmakingswet algemeen dienden te worden bekendgemaakt (en dus integraal gratis ter beschikking worden gesteld). De Hoge raad heeft nu – in navolging van het Hof – uitgemaakt dat de NEN-normen ondanks de verwijzing in het Bouwbesluit geen algemeen verbindende voorschriften zijn. De NEN-normen behoeven dus niet algemeen beschikbaar te worden gesteld.

    Hieronder zijn de relevante overwegingen van de HR opgenomen:

    “3.7 Onderdeel 1b betreft de kern van het geschil.
    Het klaagt dat het oordeel van het hof dat een verwijzing naar NEN-normen in een algemeen verbindend voorschrift deze NEN-normen weliswaar maakt tot publiekrechtelijk algemeen geldende normen, maar niet tot algemeen verbindende voorschriften in de (beperkte) zin van de Grondwet of de Bekendmakingswet, onjuist is en betoogt dat de NEN-normen waarnaar in het Bouwbesluit of de Regeling Bouwbesluit wordt verwezen, althans de relevante gedeelten daarvan, door die verwijzing een onlosmakelijk onderdeel worden van de desbetreffende algemeen verbindende voorschriften in de zin van de Grondwet en de Bekendmakingswet, en dat ingevolge art. 1.4 van het Bouwbesluit hetzelfde geldt voor NEN-normen die op grond van de Europese richtlijn bouwproducten zijn vervangen door NEN-EN normen (die afkomstig zijn van een Europees Normalisatie Instituut).

    3.8 De klacht is ongegrond. De in art. 89 lid 4 Grondwet en art. 3 en 4 Bekendmakingswet bedoelde algemeen verbindende voorschriften zijn naar buiten werkende, de burgers bindende, regels die uitgaan van een orgaan dat de bevoegdheid tot die regelgeving aan de wet in formele zin ontleent. Art. 2 Woningwet voorziet erin dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur technische voorschriften worden gegeven omtrent, onder meer, het bouwen van een bouwwerk. Art. 3 Woningwet voegt daaraan toe dat bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in art. 2 kan worden verwezen naar, onder meer, normen of delen van normen. Art. 3 beoogt hiermee, zoals bevestigd wordt door de parlementaire geschiedenis als geciteerd in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder nrs. 3.16-3.18, niet het instituut dat die normen opstelt, bevoegd te maken tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften. Waar NNI ook anderszins niet bij of krachtens de wet bevoegd is tot het vaststellen van algemeen verbindende regels, kunnen de NEN-normen niet worden aangemerkt als algemeen verbindende voorschriften als bedoeld in art. 89 lid 4 Grondwet en art. 3 en 4 Bekendmakingswet, ook niet voor zover het Bouwbesluit en de Regeling Bouwbesluit ernaar verwijzen. Het oordeel van het hof dat die verwijzing de desbetreffende NEN-normen niet tot algemeen verbindende voorschriften in de (beperkte) zin van de Grondwet of de Bekendmakingswet maakt, die eerst van kracht worden na publicatie als geregeld in de Bekendmakingswet, is dus juist. De omstandigheid dat, zoals Knooble heeft aangevoerd, vooraf tussen de minister en NNI wordt afgestemd of een NEN-norm zal worden gebruikt voor verwijzing in het Bouwbesluit en de Regeling Bouwbesluit, zodat de terminologie en de uitwerking van de norm door NNI wordt afgestemd op die wettelijke regelingen, maakt dit niet anders.”

    Zie voor het hele arrest (inclusief de conclusie van A-G F.F. Langemeijer deze link: http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspxsnelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BW0393

     

Paardenhouderij in Lemele kan eindelijk worden gerealiseerd14 juni 2012

  • Mede dankzij mr. Thomas Rijs van Rijs Advocatenkantoor, kan een paardenhouderij in Lemele eindelijk worden gerealiseerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft gisteren de bezwaren van een aantal omwonenden tegen de vestiging van de paardenhouderij van tafel geveegd.

    Tegen het bestemmingsplan, dat zag op de verplaatsing van het bedrijf uit de kern van Lemele naar de rand van het dorp, hadden verschillende omwonenden beroep ingesteld. Met deze verplaatsing is echter, naast de belangen van de betrokken agrariër, ook een groot maatschappelijk belang gemoeid. Door de verplaatsing van het bedrijf wordt namelijk ruimte gemaakt voor de hoognodige uitbreiding van de lokale voetbalclub en de begraafplaats.

    In de procedure zijn door de omwonenden complexe juridische vragen aan de orde gesteld, waaronder de effecten van de paardenhouderij op de natuur (Flora- en faunawet, EHS en Natura 2000). Reden voor de gemeente Ommen om mr. Thomas Rijs van Rijs Advocatenkantoor in te schakelen om het plan veilig door de procedure(s) bij de Raad van State te loodsen.

    Gisteren heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de verplaatsing van de paardenhouderij nu definitief door kan gaan. Alle argumenten van de omwonenden zijn, overeenkomstig het door Rijs Advocatenkantoor namens de gemeente Ommen gevoerde verweer, door de Afdeling ongegrond geacht.

    Zie ook het artikel over de uitspraak in De Stentor van vandaag: http://www.destentor.nl/regio/hardenberg/11214413/Verzet-haalt-niets-uit.ece 

    Zie verder ook deze eerdere artikelen in De Stentor over deze kwestie: http://www.destentor.nl/regio/hardenberg/10799332/Verzet-tegen-bouw-stoeterij.ece

    http://www.destentor.nl/regio/vechtdal/6808766/Buurt-steigert-na-manegeplannen.ece