Attentie voor auteursrecht na doorstart bouwproject

De afgelopen periode zijn meerdere uitspraken verschenen over architecten die zich met succes in faillissementssituaties hebben verzet tegen het verdere gebruik van hun ontwerp zolang zij niet werden betaald voor hun ontwerp. Zowel de rechtbank Gelderland, als de rechtbank Noord-Holland hebben geoordeeld dat een architect die onbetaald is gebleven zich na een doorstart met een beroep op zijn auteursrecht kan verzetten tegen het verdere gebruik van zijn ontwerp door een andere partij dan de oorspronkelijke opdrachtgever.

Licentie

Ontwerptekeningen van een architect zijn vrij snel aan te merken als auteursrechtelijk beschermde werken. De opdracht tot het maken van het architectonische ontwerp omvat meestal het recht voor de opdrachtgever om van de tekeningen gebruik te maken bij de realisatie van het werk. Dit is een persoonlijk gebruiksrecht voor de opdrachtgever, ook wel aangeduid als een licentie. Het auteursrecht zelf wordt daarmee niet overgedragen aan de opdrachtgever. Het auteursrecht blijft zonder expliciete andersluidende afspraken daarover bij de architect berusten.

Het gebruiksrecht of de licentie van de opdrachtgever ten aanzien van het ontwerp betekent niet dat ook derden gerechtigd zijn om het ontwerp te gebruiken. Indien de opdrachtgever failliet gaat en het werk door een andere partij wordt voortgezet, is de opvolgende partij dus niet zonder meer gerechtigd om gebruik te maken van het ontwerp van de architect. Daarvoor is toestemming van de architect vereist, aldus de Rechtbank Gelderland. Denkbaar is dat de curator het gebruiksrecht zou willen overdragen aan de opvolgende partij. De rechtbank Noord-Holland heeft evenwel overwogen dat de licentie niet overdraagbaar is.

Bouwstop

In beide uitspraken kwam nog aan de orde dat het verbod op verdere gebruikmaking van de ontwerptekeningen feitelijk een bouwstop zou betekenen en dat dit te verstrekkend zou zijn gezien de wederzijds betrokken belangen. Ook dit verweer wordt in beide uitspraken gepasseerd, mede gebaseerd op de overweging dat beide architecten bereid waren om alsnog toestemming te verlenen voor het gebruik van hun ontwerp als zij alsnog voor hun werkzaamheden betaald zouden worden.

Aandacht voor auteursrecht

De uitspraken van de beide Rechtbank illustreren dat het auteursrecht van de architect voor hem een machtsmiddel betekent om betaling voor zijn werkzaamheden af te dwingen in faillissementssituaties als een andere partij in het kader van een doorstart van zijn ontwerp gebruik wenst te maken.

Sterker nog, zelfs als wel volledige betaling heeft plaatsgevonden, zal in faillissementssituaties altijd moeten worden beoordeeld of het auteursrecht van de architect aan verdere gebruikmaking van zijn ontwerp in de weg staat. Uit de hiervoor besproken uitspraken volgt dat ook dan aan de orde kan zijn dat de failliete opdrachtgever uitsluitend beschikt over een niet overdraagbaar gebruiksrecht ten aanzien van het ontwerp en dat voor het gebruik van dat ontwerp door een andere partij opnieuw toestemming van de architect vereist is. Die kan zich hier mogelijk tegen verzetten of hier nadere voorwaarden aan verbinden.

In situaties waarin de architect al volledig betaald heeft gekregen, kan een belangenafweging – die in beide uitspraken in het voordeel van de architect uitviel – wellicht uitkomst bieden. In beide uitspraken werd immers uitdrukkelijk gerefereerd aan het feit dat de architect had aangeboden toestemming te verlenen voor het verdere gebruik van zijn ontwerp als hij alsnog betaald zou krijgen. In die omstandigheden was zijn opstelling niet onredelijk en viel de belangenafweging in zijn voordeel uit. Als de architect al volledig betaald had gekregen zouden de betrokken belangen wellicht anders zijn gewogen en had de belangenafweging wellicht uitkomst hebben kunnen bieden voor de opdrachtgever. Aldus kan worden voorkomen dat de dwangpositie die ontstaat als het beroep op het auteursrecht tot een bouwstop leidt, de architect een middel in handen geeft om betaling af te dwingen van irreële bedragen, die niet in verhouding staan tot zijn gebruikelijke honorarium.

Onduidelijkheid over de overdraagbaarheid van het recht om het ontwerp van de architect te gebruiken kan overigens eenvoudig worden voorkomen door over het auteursrecht in het kader van de contractering van de architect passende afspraken te maken, bijvoorbeeld door over te gaan tot overdracht van het auteursrecht, voor zover mogelijk, dan wel door overeen te komen dat de architect op voorhand toestemming geeft tot overdracht van het gebruiksrecht ten aanzien van zijn ontwerp.

Zie Rechtbank Gelderland 24 maart 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:2023 en Rechtbank Noord-Holland 31 augustus 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:7375.